Prijzen

TERUG

 

Op deze pagina vind je de min of meer officiëel toegekende nominaties of speciale vermeldingen terug bij deelnames aan toneelwedstrijden

 

S e r p e n t

Naar “De getemde Feeks” van William Shakespeare

Regie: Tristan Versteven

Antwerps Stadsjuweel

Opvoering in Theater De Pioene

Lange Schipstraat 71-73, 2800 Mechelen

 

 

Keuze van het stuk :

Een initiatief om klassiekers in een bewerking te spelen is lovenswaardig.  Omdat het beroepstheater die de laatste tijd weinig of niet meer in het repertoire opneemt, is een dergelijke keuze voor amateurtoneel zeker te verdedigen en aan te moedigen.

Het stuk “De getemde Feeks” is bekend om zijn verbaal vuurwerk en vraagr sterke vertolkingen.  Van de oorspronkelijke versie met “a play in the play”, week Tristan Versteven in zijn bewerking af en opteerde voor een sterk ingekorte versie.  Hij ontdeed het stuk van zijn retorische ballast, wat hem aardig lukte en hij maakte het voor het moderne theater speelbaar.

Maar door van het oorspronkelijke af te wijken, verloor de bewerking ook een dimensie.  Waar “het spel in een spel” ook verwijzen kon naar een spanning tussen schijn en werkelijkheid, komt nu de spanning man-vrouw veel sterker naar voren.  Ook het programmaboekje gaat hierin mee met verwijzingen naar feminisme en machisme.
Natuurlijk heeft de tijdsgeest veel met interpretatie te maken.  Maar ook nu heeft de toeschouwer de keuze uit heel wat invalshoeken.  Waarom kiezen de twee assetiefste karakters mekaar?  Waarom krijgt het ironische, het opstandige de bovenhand op het conventionele?

“De getemde Feeks” is verrassend genoeg geen eenvoudig stuk. De intrige is niet moeilijk, maar je moet als regisseur wel goed overwegen hoe je met het hele inhoudelijke gegeven omgaat.  Dat “De getemde Feeks” plot “Serpent” heet, wekt dus verwachtingen naar bepaalde inhoudelijke keuzes.

Omdat bewerker en regisseur één en dezelfde persoon zijn, ligt bij die ene persoon niet alleen een grote verantwoordelijkheid, maar ook een grote druk op het al dan niet slagen van de voorstelling.

 

Regie :

De ingekorte bewerking van het stuk is dus te verantwoorden, maar heeft ook consequenties voor de regie.  De vele korte taferelen vereisen immers dat er een strak speeltempo wordt aangehouden.  Indien niet, dan krijgen hoofd- en nevenpersonages amper de tijd om een geloofwaardige evolutie te tonen.

 

Tristan Versteven heeft voor de oorspronkelijke Shakespeare ironische aanpak gekozen.  Door de in onze tijd hoogst discutabele monoloog van Katharina als slotakkoord te plaatsen geraakt hij echter met zichzelf in tegenspraak.

Ook binnen het verhaal wisselen momenten van juiste vormgeving af met foute interpretaties. Daarom stokte het verhaal meermaals.  De overgangen, soms ingevuld door muzikale intermezzi en sfeerscheppende belichting, bleken té nadrukkelijk en voorspelbaar.  Het remde de actie té veel af en de acteurs moesten het verhaal telkens weer “op gang trekken”…

De “vondsten” met de gitaar en het herhaaldelijke “stil spel” waren niet krachtig genoeg en de nogal onhandige pantomime brachten niets wezenlijks bij tot de actie. De trage entr’actes zoals het lang en traag afscheid zouden wel gewerkt hebben als de rest in een snelvaart was gespeeld.

Dat de vaderrol vervangen was door de moeder was aanvaardbaar.  Toch boette deze ingreep in aan kracht. Waar de vader de gangmaker is, kwam nu de gelatenheid van de vrouw te passief over.  Dat is debet aan de regie.  Al te vaak voelde men dat de acteurs niet goed begrepen met welke speelstijl zij invulling moesten geven aan hun personage.  Dat resulterde van naturalistisch spel tot commedia del arte.  Daarom kwam voor de pauze het verhaal maar niet op gang.

Zoals zo dikwijls werkte het naast elkaar praten, maar het niet naar elkaar luisteren ook nu weer storend met als gevolg onhandige pauzes, en onnatuurlijke zinsintonaties.  De spanningsboog bleef al te dikwijls afwezig.  De geregelde terzijdes waren niet altijd goed gekozen. Soms zou een met elkaar praten efficiënter zijn geweest.

Werd er niet teveel opgeofferd aan een visueel mooi scenebeeld?  Kleuren, opstelling van personages, bewegingsregie waren wel verzorgd maar helaas ging dit wat ten koste van tempo, inleving, actie …  Het hele stuk kabbelde wat van tafereel naar tafereel.

Deze komedie vraagt om een flitsend dialogeren, gespeelde overdrijvingen en nadrukkelijk spel.  Dat Shakespeare in deze komedie de parodie niet schuwde, kwam hier niet duidelijk aan bod.  Uitzondering hierop was de scène met Roberto die met het huwelijksverhaal er pal op zat.  Er hadden meer van deze momenten gemogen.

Ondanks deze opmerkingen verveelde de voorstelling echter niet.  Een meer doordachte regie met een grotere spanningsboog en een meer omlijnde visie had tot een boeiender totaalspektakel kunnen leiden.

 

Techniek :

 Het decor bood een sobere aanblik, wat in het hele opzet een goede keuze was.  Centraal stond de kamer van Bianca, afgesloten met een wit doek.  Hier had men toch iets fantasierijker mogen wezen.  De vorm oogde immers als een saaie kubus.  Het afsluitdoek had tijdens de evolutie van het stuk wat meer kleur kunnen verdragen. Bij het spel met de cello bv. Had het ook een gedroomd middel kunnen zijn om wat uitgesprokener “schaduwspel” weer te geven.

Links en rechts vn deze rechthoekige doos waren er zwarte ruimtes die wel bespeeld werden, maar niet duidelijk belicht waren, zodat er nogal wat van het spel verloren ging. Daar hadden lichtcirkels misschien kunnen helpen.

De belichting was nogaal egaal en sober zonder enige variatie.  Een lichtpuntje op de trap (cour achteraan) ware welkom geweest.  Zo zouden lichtvariaties ook sfeerscheppend hebben kunnen werken.
De goede muziekkeuze en mooie lichtovergangen dienden goed het geheel en verbonden prima de verschillende fragmenten.

 

Spel – natuurlijkheid – taal – typering :

Het verhaal werd schematisch gebracht, waardoor de respectieve scènes bijna op zichzelf stonden.  Door het accent op afzonderlijke episodes te leggen werd de aandacht op het spel zelf gelegd, op de acteurs, op e dialoog.
De toeschouwer miste daardoor soms wel spanning, de verliefdheid, de hoop, de ontgoocheling… kortom doorleefde emotionaliteit.

Isabelle Van de Voorde speelde Katharina.  Zoals reeds aangehaald moest zij in een te korte tijd evolueren van een helleveeg naar een onderdanige en volgzame vrouw.  Ondanks haar soms schelle, wat vervormde uithalen zette zij een geloofwaardig personage neer.  Haar krachtige vertolking in de aanvangsscènes kon zij niet voldoende aanhouden.  In houding, gebaar en beweging bracht ze weinig afwisseling.  In haar metamorfose tot gebroken, uitgehongerde en vernederde vrouw na haar huwelijk was zij dan wel weer heel sterk en kon zij echt overtuigen.

Zij moest wel opboksen tegen een weinig dominante Antonio, gespeeld door Danny Roefflaert.  Zijn gebrek aan viriliteit was de reden dat het niet voldoende kletterde tussen beiden.  Bij momenten vroeg je je af wat deze man dreef om deze bloedmooie agressieve vrouw te willen veroveren. Want ook wanneer hij niet in de actie was betrokken, bleef hij te afzijdig en te weinig geïnteresseerd in wat er rondom hem gebeurde.  We misten een dominante, harde, sarcastische, tirranieke rots van een macho-kerel die dit serpent aankon.
Dat was vooral ook te merken aan zijn houding bij de slotmonoloog van Katharina.

Roberto werd vertolkt door Werner Lefebvre. Deze complexe rol vereist veel van zijn vertolker.  Hij is eigenlijk gangmaker van het verhaal, nu eens listig, dan kwaad, dan onmachtig, intrigant : een heel scala van eigenschappen, een heuse uitdaging.  Hij deed dat goed tot heel goed, zo bv. zijn verhaal over het huwelijk en de onhandige pastoor.  Daar hield hij de juiste toon aan, en mét een knipoog.

Bernardo werd vertolkt door Patrick Cronenberg in een dubbelrol. Deze rol ging hem goed af. Jammer dat hij soms zijn heil zocht in overdreven koketteren, wat meermaals ten koste ging van de dialoog met zijn medespelers, en van de vaart en de actie.  Maar hij heeft een présence en durf… wat belangrijk is.  Maar hij moet beseffen dat theater samenspel is.

Bianca gespeeld door Marthe Vandervorst was juist getypeerd als het jonge zusje, maar zij miste geloofwaardigheid bij haar evolutie naar bewuste vrouw.  Zij was dan teveel het doorslagje van Katharina.  Toch gaf ook zij niet altijd veel blijk van romantiek en miste zij wel wat hartstocht en vertederende zachtheid.  Haar metamorfose tot een feministe aan het slot zou dan beter tot zijn recht zijn gekomen.

Robert Howard vertolkte Luciano.  Hij was in die rol eerder onwennig en had weinig voeling met de intrigerende jongeling die op zijn kans wacht om bij zijn meisje te scoren.Hij speel de soms te afstandelijk in wat toch verliefdheid moest zijn. Zijn duidelijke uitspraak was een pluspunt en dat gold ook voor alle anderen. Hiermee scoort VTK zeer goed.

De moeder, gespeeld door Lillie Verlinden, was een juiste en sobere interpretatie van de moeder die bekommerd is om de toekomst van haar beide dochters.  Hier geen overacting, maar een geloofwaardige actrice die weet wat ze zegt.  Haar mooie tekstzegging, haar natuurlijkheid in houding en beweging waren een meerwaarde.  Heel goed.

Slotbeschouwing :

VTK verdient alle waardering voor de uitdaging die het met deze bewerking aanging.
Het was een te waarderen voorstelling die misschien wat vele opmerkingen krijgt. Maar de voorstelling met manco's, eigen aan elke voorstelling, bracht ons een avond die ons laat terugkijken op een eerlijke poging dat oude, maar prachtige verhaal van Shakespeare op hun eigen manier te interpreteren. Het was een voorstelling die omwille van de vormgeving, de kleur en enkele sterke taferelen het publiek kon boeien. Het was beslist ook een goede keuze om het stuk in een moderne versie te gieten.

TERUG